U bevindt zich hier » Home » Hypotheken » Arbeidsongeschikt

ARBEIDSONGESCHIKT

Pijler I - Voorzieningen vanuit de overheid

De overheid voorziet deels in het opvangen van de inkomensachteruitgang. Voor de uitkering ben je altijd afhankelijk van de dan geldende richtlijnen. Deze richtlijnen worden steeds strenger. De hoogte van deze uitkeringen is de laatste jaren gedaald.

Voor 1 januari 2006 was er de WAO (Wet Arbeids Ongeschiktheid. De sterke groei van het aantal WAO’ers sinds de invoering van de WAO in 1965 heeft er voor gezorgd dat de wet al verschillende keren is aangepast. De WAO geldt nog steeds voor mensen die voor 1 januari 2006 al een WAO uitkering kregen.

Vanaf 1 januari 2006 is de WIA (Wet Inkomen naar Arbeidsvermogen) ingevoerd. Deze wet komt in plaats van de WAO. Bij de WIA staat “werken naar vermogen” centraal. De regering schrijft: “Het gaat niet om wat je niet meer kan… maar om wat je nog wel kan! Er geldt een uitkeringsstructuur waarbij het totale inkomen stijgt naarmate iemand meer werkt. Alleen voor degenen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, is er nog een inkomens bescherming van 70% van het laatst verdiende loon.

De WIA bestaat uit twee regelingen:

1. De regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)
2. De regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. (WGA)

De WIA kent een wachttijd van 104 weken, ofwel twee jaar. Iedereen die na 1 januari 2004 langdurig ziek wordt krijgt dus na 2 jaar te maken met de WIA. Voor iedereen die voor die tijd al in de WAO zat, blijft de oude regeling gelden. Gedurende de wachttijd van 104 weken is de werkgever verplicht 70% van het loon door te betalen. In de meeste CAO afspraken is vastgelegd dat het eerste jaar 100% wordt doorbetaald, en het tweede jaar 70%. De wachttijd moet door werkgever en werknemer gebruikt worden om te werken aan re-integratie. Indien blijkt dat een persoon duurzaam arbeidsongeschikt is, kan na drie maanden al een keuring voor de IVA plaatsvinden. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt ben je, als je voor meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, en er binnen 5 jaar geen of geringe kans is op herstel.

Na de wachttijd van 104 weken wordt de werknemer gekeurd door de verzekeringsarts. De arts stelt vast wat de gezondheidsklachten en de mogelijkheden tot werken zijn.

IVA regeling gaat van start

Als de arts heeft vastgesteld dat er geen mogelijkheden tot werken meer zijn. De betrokkene is duurzaam arbeidsongeschikt. Het inkomensverloop kan als volgt worden weergegeven:

WGA regeling gaat van start

Als de arts heeft vastgesteld dat er wel mogelijkheden zijn om te werken. De betrokkene wordt uitgenodigd voor een gesprek met de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige stelt de arbeidsgeschiktheidvast. Als de betrokkene bijvoorbeeld voor 60% arbeidsongeschikt wordt bevonden, dan is er nog een restverdiencapaciteit van 40%. Als hier recht op is ontvangt de arbeidsongeschikte tussen de 3 en 38 maanden een loongerelateerde uitkering. Hierna krijgt de arbeidsongeschikte een loonaanvullings uitkering, maar alleen als hij minimaal 50% van zijn restverdiencapaciteit benut. Bij niet of te weinig werken ontvangt hij alleen een (veel lagere) WGA-vervolg uitkering. Dit is een percentage van het minimum loon. Het inkomens verloop kan als volgt worden weergegeven:

Pijler II - Voorzieningen verzorgd in overleg met werkgever
Tot de tweede pijler behoren de voorzieningen die verzorgd worden in overleg tussen werkgever en werknemer. Denk aan het pensioen waarop de werknemer als gevolg van het verrichten van werkzaamheden in dienstbetrekking recht heeft. Er bestaat de mogelijkheid bij dit pensioen ook te voorzien in een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Een Arbeidsongeschiktheidspensioen is een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De werkgever is niet verplicht om zijn werknemer te voorzien in een pensioen. Ook aan de hoogte van de uitkering zitten geen strakke richtlijnen.

Wie betaalt de premie voor de WIA?

De werkgever draagt de premie voor de WIA af aan de belastingdienst. Voor de basis premie betalen alle werkgevers in 2009 5.7% van het brutoloon van de werknemer. Van deze basis premie worden de IVA en een deel van de WGA uitkeringen betaald. Naast de basis premie betalen de werkgevers die bij het UWV verzekerd zijn een gedifferentieerde WGA premie aan de belastingdienst. Werkgevers kunnen er ook voor kiezen.

Pijler III - Voorzieningen die door een individu worden getroffen

Tot de derde pijler behoren de voorzieningen die individueel door iemand worden getroffen. De werkgever is verplicht zijn werknemer bij ziekte gedurende twee jaar minimaal 70% van het laatst verdiende loon door te betalen. Na twee jaar ziekte krijg je een WGA of een IVA uitkering. Het maximale inkomen zal in beide gevallen nooit meer zijn dan 75% van het laatst genoten inkomen. Maar het komt vaak voor dat die 70% niet wordt gehaald. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het bestedingspatroon van veel mensen is vaak gebaseerd op het inkomen dat ze hadden. Een inkomensachteruitgang naar 70% zal dan ook vaak al voor problemen zorgen.  Hiervoor kan men zich individueel bij verzekeren, er zijn verschillende mogelijkheden.
Vaak worden deze verzekeringen via de werkgever (collectief) afgesloten. Toch behoren deze verzekeringen tot de derde pijler, omdat het een risico voor de werknemer is.

Loondervingsverzekering

Bij de WIA worden mensen met een arbeidsongeschiktheidspercentage <35% niet meer voorzien in een uitkering. Hierdoor kunnen zij te maken krijgen met een flinke inkomensachteruitgang. Om deze financiële risico’s op te vangen worden er loondervingverzekeringen aangeboden. Deze verzekering vult het loon aan tot bijvoorbeeld 80% van het inkomen. (Deze verzekering wordt vaak collectief afgesloten.)

WIA- Hiaat

Wanneer de gedeeltelijk arbeidsongeschikte met werken niet voldoende verdient krijgt hij slechts een vervolguitkering. Deze uitkering is gebaseerd op het minimumloon. Dit betekent dus een sterke inkomensachteruitgang. De WIA-Hiaat verzekering geeft bij gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid recht op een aanvulling op de vervolguitkering. (Deze verzekering wordt vaak collectief afgesloten.)

WIA-excedent verzekering

De WGA en IVA uitkeringen zijn gemaximeerd. Voor de berekening van deze uitkeringen geldt een maximum jaarloon. Werknemers die meer verdienen dan dit maximum (€ 47.802 in 2009) krijgen bij arbeidsongeschiktheid te maken met een extra grote inkomensachteruitgang. Met een excedent verzekering wordt de uitkering aangevuld tot 70% of 80% van het laatst genoten inkomen. (Deze verzekering wordt vaak collectief afgesloten.)

Vaste lasten AOV

Voor verzekeren van de hoge vaste lasten die men bij arbeidsongeschiktheid niet meer op zou kunnen brengen is er de vast lasten AOV. Een hoge kostenpost vormt doorgaans de hypotheeklast. Om te voorkomen dat bij arbeidsongeschiktheid noodgedwongen tot verkoop moet worden overgegaan, bieden enkele maatschappijen de zogenoemde AOV voor huiseigenaren aan of een AOV gekoppeld aan een persoonlijke lening. Met de uitkering kunnen dan zowel de rente- als aflossingsbedragen worden betaald.